Skip to content

Spiraea

Identificatienotities

Aantal aperturen Varianten met 4 groeven worden soms aangetroffen tussen 3-groeven-korrels. Dit is vooral opvallend bij sommige Rosaceae (bijv. braam en fruitbloesem), Rumex (zuring) en Hippophae (duindoorn). Regelmatige variatie in het aantal poriƫn komt voor bij Carpinus (haagbeuk) (3, 4 of 5); Alnus (els) (4, 5 of 6) en Epilobium angustifolium (wilgenroosje) (3 of 4).

Praktische determinatie

  • Start met grootteklasse en apertuurpatroon op 400x.
  • Bevestig met oppervlak en exine in doorsnede.
  • Gebruik look-a-like pagina's en lokale bloeitijd voor de eindkeuze.

Pollentabel-logica (van der Ham)

Canoniek beslispad in de sleutel voor dit pollen(type):

  • Ornamentatie striaat of rugulaat -> colpusmembranen zonder stekels -> colpi in het midden versmald - ornamentatie striaat-rugulaat