Skip to content

Epilobium

Identificatienotities

Status: [to be verified]

2.5. Driehoekig of drielobbig Naast het uitgesproken driehoekige uiterlijk van veel korrels kunnen andere 3-groeven-korrels een vorm tussen rond en driehoekig tonen (Fig. 3e). Beide indelingen moeten dan worden geprobeerd. (Cotoneaster, Pl. 87; Epilobium, wilgenroosje, Pl. 98).

Aantal aperturen Varianten met 4 groeven worden soms aangetroffen tussen 3-groeven-korrels. Dit is vooral opvallend bij sommige Rosaceae (bijv. braam en fruitbloesem), Rumex (zuring) en Hippophae (duindoorn). Regelmatige variatie in het aantal poriƫn komt voor bij Carpinus (haagbeuk) (3, 4 of 5); Alnus (els) (4, 5 of 6) en Epilobium angustifolium (wilgenroosje) (3 of 4).

Praktische determinatie

  • Let op combinatie van vorm, aperturen en oppervlak in zowel pool- als equatoriaal aanzicht.
  • Vergelijk met look-a-like pagina's bij twijfel in gemengde monsters.
  • Gebruik lokale flora en bloeitijd als context voor typebepaling.

Pollentabel-logica (van der Ham)

Canoniek beslispad in de sleutel voor dit pollen(type):

  • Vier PK bij elkaar - tetrade -> Individuele PK los verbonden - triporaat