Lindehoning (Tilia-type (Linde species) Tiliaceae)
Herkenning hoofdpollen
-
Het pollen is middelgroot, driehoekig met afgeronde hoeken en kenmerkt zich door poren met een duidelijke anulus aan de lange zijden.
-
In de Tilia honing komen stervormige kristallen bestaande uit calciumoxalaat voor.
Pollenafmeting en vorm
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Pollenkorrelgrootte | 32–38 µm (middelgroot) |
| Vorm | rond tot driehoekig; oblaat |
| Polariteit | isopolair |
| P/E-ratio | ca. 0,73 (range: 0,63–0,76) |
Pollenklasse
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Aperturen | Tricolporaat |
| Ornamentatie | Reticulaat tot rugulaat, foveolaat/fossulaat |
Afbeeldingen
Externe determinatiebronnen
- PollenX: Tilia platyphyllos
- Pollen-Wiki (T. Stebler)
- Tilia platyphyllos (zomerlinde)
- Tilia cordata (winterlinde)
- Tilia henryana (chinese linde)
Pollen die erop lijken
Relevante neven- en bijpollen
Melissopalynologische interpretatie
Aandeel in de monoflorale honing
- Representatiegroep: Groep I (minder dan 20.000 pollenkorrels per 10 gram). Bestaat uit honingsoorten met ondervertegenwoordigd pollen.
- 1–56% (Persano Oddo et al., 1995; Persano Oddo and Piro, 2004)
- Tilia-pollen is ondervertegenwoordigd, soms extreem (mogelijk door gekweekte steriele cultivars). [to be verified]
- Tilia komt voor in 5–40% van Nederlandse honing (de Boer en Kerkvliet v/d Putten).
Pollengehaltes ("pollengehaltes")
| Bron | Absolute pollengehaltes (per 10 g) |
|---|---|
| Demianowics | 1860–2250 |
| IHC (Europese honing) | 15800 |
| Sawyer | 10000 |
Palynologische betekenis
- Indicator voor loofbossen en parklandschappen
- Goede marker voor het Holoceen
- Ondervertegenwoordigd in pollendiagrammen door beperkte pollenverspreiding
- Belangrijk voor reconstructie van vegetatiegeschiedenis
- Pollen wel laag in eiwit
Sleutels
Beug: 22 Tricolporatae met reticulate, microreticulate of fossulate sculpturen, 22.1 Tilia-Typ
van der Ham
- 1 geen tetrade maar monade
- 2 geen luchtzakken
- 3 geen vensters
- 4 niet inaperturaat maar een/meer aperturen
- 5 niet 1, maar 3 of meer aperturen
- 6 niet colpaat, poraat of heterocolpaat maar colporaat (3 of meer langwerpige aperturen: colpi met pori)
- 7 3 colpi (niet meer)
- 8 ornamentatie foveolaat (tectum met putjes) of supraretuculaat (netwerk op tectum)
- 9 niet peervormig, maar ellipsvormig
- 10 niet rond tot prolaat (P groter of gelijk) maar oblaat (P duidelijk kleiner dan E)
Sawyer
- Size medium
- Shape: ovaal afgeplat, driehoekig
- Apertuur aantal: 3
- Apertuurtype: colporaat
- Oppervlak: pitted
- Exine Medium no rods, medium met spaced rods or beaded
- Intine dik of erg dik
Botanische achtergrond
- Zomerlinde- en winterlindepollen lijken sterk op elkaar. Kruising tussen beide wordt Tilia × vulgaris (Nederlandse linde) genoemd. Veel cultivars.
- Bloemen van Tilia hebben een nectarium op de bovenzijde van de kelkbladen, afgedekt met beharing. Haren op de kelkbladen van het kaasjeskruid (Malva) scheiden nectar af; dit zijn de zogenoemde trichoomnectariën. Zie: Trichoom (sterharen) bij Tilia
- De bloemen van Tilia bevatten calciumoxalaatkristallen, vooral in het subglandulaire weefsel (onder de nectar-producerende klieren). Mogelijk bescherming tegen herbivoren.
Taxonomie:
- Tiliaceae (lindefamilie) hoort na genetisch onderzoek bij de orde Malvaceae (kaasjeskruidfamilie). Deze hebben echter vaak duidelijk andere pollen met stekels.
- Tilia kaart (waarneming.nl)
Nectar- en pollenwaarde + (start/einde) bloeitijd: [bron: imkerpedia]
| Soort | Nectar | Pollen | Start | Einde |
|---|---|---|---|---|
| Tilia americana (Amerikaanse linde) | N 5 | P 5 | 7 | 8 |
| Tilia cordata (winterlinde) | N 5 | P 5 | 6 | 7 |
| Tilia platyphyllos (zomerlinde) | N 5 | P 5 | 6 | 7 |
| Tilia tomentosa (zilverlinde) | N 5 | P 5 | 7 | 8 |
| Tilia × europaea (Hollandse linde) | N 5 | P 5 | 6 | 7 |
Naslag
Main European unifloral honeys: descriptive sheets, Oddo et al, 2004
Te verifieren
- Geen artikel gevonden over steriele cultivars die geen pollen produceren en (mogelijk) groep I monoflorale honing kunnen verklaren (wel steriel zaad).