Heidehoning (Calluna vulgaris (struikheide) - Ericaceae)
Calluna vulgaris (struikhei)
- tetrade van 51 µm
- kristalgruis
Herkenning hoofdpollen
- alle gebruikelijk heidepollen zijn tetraden.
Vorm, afmeting en apertuur
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Pollenunitgrootte | 26-50 µm |
| Pollengrootte | size of hydrated pollen (LM): 27 (22.5-30.0) μm (Medium) |
| Vorm | tetradeae, rond tonvormig, onregelmatig bij ongehydrateerde pollen |
| Aperturen | korte brede colpi, tricolpaat of tricolporaat |
| Polariteit | heteropolair |
| P/E-ratio | - |
Ornamentatie en structuur
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Ornamentatie | psylaat (pollenwiki), verrucate, scabrate, gemmate (paldat en Beug) |
Afbeeldingen
Externe determinatiebronnen
Pollen die erop lijken
Heidefamilie.
- Alle gangbare voorbeelden zijn tetraden.
- Elke korrel heeft drie groeven, aan één uiteinde puntig en aan het andere afgekapt waar hij de contactlijn met de buurkorrel raakt.
- Daar sluit hij aan op de overeenkomstige groef van de buur en vormt een samengestelde groef.
- Op elke groef bevind zich meestal net buiten de contactlijn een porie, vaak lastig te zien.
- Calluna (struikheide), onregelmatige tetraden, poriën opvallend (30-50 μm)
- Rhododendron, regelmatige tetraden (50 μm).
- Vaccinium (bosbes) en Erica-soorten (heide) regelmatige tetraden, alleen in detail verschillend (30-45 μm).
- Empetrum (kraaiheide) van Empetraceae: pollen als de vorige groep maar met dwarsgroeven in plaats van poriën (30 μm).
- Euphorbiaceae (wolfsmelkfamilie) Oppervlak met fijne staven, korrelig
Andere tetraden
- Onagraceae (teunisbloemfamilie)
- Sommige Typha (lisdodde soorten)
Relevante neven- en bijpollen
- Trifolium repens (witte klaver)
- Erica tetralix gewone dopheide
- Fagopyrum (boekweit)
Melissopalynologische interpretatie
- Calluna vulgaris (struikheide) komt in 22% van de Nederlandse honing voor
- Erica tetralix (gewone dophei) komt in 8% van de Nederlandse honing voor
- Heidehoning bevat colloidale eiwitten en dit veroorzaakt het fysiologisch fenomeen thixotropie (gelachtige consistentie)
- Kan gewonnen worden door zgn honingwals/honinglosser/ericaborstel of persen, dan dus tertiaire inbreng hebben in het laatste geval
- Mag maximaal 23% vocht bevatten en bakkershoning van struikheide ten hoogste 25% (itt 20% voor normale honing) (bron: cursusboek honingkunde)
- Snelle toename van HMF
- Hoge zuurgraad
- Kortere houdbaarheid
Aandeel in de monoflorale honing
- Representatiegroep: Groep II-III soms IV ( pollenkorrels per 10 gram).
- minimale pollen aandeel 30-45% (cursusboek honingkunde)
- verzamelde pollen komen door ericaborstel of door persen in de honing terecht waardoor percentage Calluna pollen wordt verlaagd.
Pollengehaltes ("pollengehaltes")
| Bron | Absolute pollengehaltes (per 10 g) |
|---|---|
| Persano Oddo | calluna 10-77% (soms ondervertegenwoordigd) |
| Persano Oddo | erica meer dan 45% (normaal vertegenwoordigd) |
| Demianowics | - |
| IHC (Europese honing) | - |
| Sawyer | - |
Palynologische betekenis
Sleutels
Beug: (EPK = individuele pollenkorrel)
- Niet 1: EPK niet reticulat–areolat (tabel 1: 1–2), ca. 60–80 µm (niet 4.1 Catalpa).
- TODO Niet 2: EPK niet „echinat” in de zin van tabel 2: 1–2 (de exact tegenhanger van andere stellingen staat in het volledige boek; in dit fragment niet volledig uitgewerkt).
- 3: „EPK met poriën en/of colpi …” (meestal tricolpat, monoporaat of triporaat)
- 4: Tetraden coaperturat (afb. 2a,b)
- 5: EPK colpat
- 7: EPK verrucat, scabrat of psilat en tricolpat (evt. tricolporat of tetracolpat); tetraden meestal <60 µm, zelden tot ca. 75 µm”
→ 4.7 Ericaceae–Empetrum-groep.
Stelling 1 — tweede optie: EPK niet of slechts zeer zwak onderling afgezet: in optische doorsnede zijn de tetraden nagenoeg cirkelrond of enigszins driehoekig, zonder duidelijke insnijdingen waar de EPK elkaar raken. (Dus niet de eerste optie: duidelijke insnijdingen / sterke “afzetting” tegenover elkaar.)
Stelling 2 — tweede optie: Binnenwanden van de tetraden niet of ** nauwelijks** dicht perforated — dus niet de tak “binnenwanden dicht geperforeerd” die naar Arctostaphylos alpina leidt (4.7.1 in uw bron).
Stelling 3 — eerste optie vermijden: Niet “skulptur scabrat, binnenwanden van de tetraden slechts met enkele perforaties” → 4.7.2 Arctostaphylos uva-ursi.
Arbutus-tak vermijden: Niet “skulptur psilat, binnenwanden niet geperforeerd” → Arbutus unedo (in uw fragment staat de 4.7.x-nummers bij soorten wat door elkaar; Arbutus hoort functioneel vóór Calluna in de uitstoot van deze sub-sleutel).
Stelling 4 — kies deze optie voor Calluna: EPK in de meeste gevallen met 4 korte, brede colpi. Tetraden altijd onregelmatig gevormd; sculptuur grof scabrat tot verrucat; EPK soms in één vlak of één rij (tabel 1: 7 en 10) → 4.7.4 Calluna vulgaris (L.) Hull — ca. 34,0–48,0 µm, MiW 39,4 µm; 50 PK, 0a (zoals in uw tekst).
van der Ham
- vier pollenkorrels bij elkaar (tetrade)
- individuele korrels stevig verbonden, tricolpaat of tricolporaal --> Ericacea (Calluna, Erica, Rhododendron, Vaccinium)
Sawyer
Size: medium Shape: veelvormig of irregulair Apertuuraantal: 3 Apertuur type: colporaat Oppervlak: glad of ongedefineerd (granulair) Exine: dun / gemiddeld zonder rods Overig: samengestelde korrels
Botanische achtergrond
- Calluna heeft per bloem slechts 4400 pollen
- nectarium als schijf gelegen rond de basis van de vruchtbladen
Taxonomie:
Nectar- en pollenwaarde + (start/einde) bloeitijd: [bron: imkerpedia]
| Soort | Nectar | Pollen | Start | Einde |
|---|---|---|---|---|
| Calluna | 5 | 5 | 7 | 9 |