Brassicaceae
Identificatienotities
Cruciferae Kruisbloemenfamilie. Grote familie met consistent pollentype. Kenmerkend: rafelige randen van het net aan de zijkanten van de groeven zonder verandering van maaswijdte. Langwerpig ovaal bij onvoldoende gezwollen. Brassica (kool, koolzaad, knolraap, mosterd). Sinapis (herik, witte mosterd). Cheiranthus (muurbloem). Aubrieta en andere voorjaarsbloeiers.
Praktische determinatie
- Start met grootteklasse en apertuurpatroon op 400x.
- Bevestig met oppervlak en exine in doorsnede.
- Gebruik look-a-like pagina's en lokale bloeitijd voor de eindkeuze.
Pollentabel-logica (van der Ham)
Canoniek beslispad in de sleutel voor dit pollen(type):
PK met één of meer aperturen -> PK met drie of meer aperturen -> PK met 3 of meer langwerpige aperturen - colpi - zonder pori (colpaat) -> PK met 3 korte of lange colpi (tricolpaat) -> Tectum aanwezig als netwerk - Eureticulaat -> Colpi in het midden niet versmald -> PK kleiner dan 50 um -> Tenminste een deel van de mazen groter dan 1 um -> Mazen niet duidelijk kleiner naar de colpi toe - colpus randen reticulaat
Aanvulling uit Melissopalynology (2025)
- Voor behandelde Brassicaceae-taxa (o.a. Brassica campestris/rapa, Capsella, Eruca, Lepidium) blijft het kernbeeld: monaden, meestal tri-/tricolpaat of tricolporaat, met overwegend reticulate exine.
- In praktijksituaties ondersteunt dit de keuze om bij LM vaak op type-niveau te rapporteren (Brassicaceae/Brassica-type) wanneer soortonderscheid niet stabiel is.
- Gebruik exinepatroon en apertuur samen met monstercontext (dracht, seizoen, menging); soortspecifieke drempels uit deze bron zijn niet direct 1-op-1 overdraagbaar [to be verified].