Opvallende kenmerken
De inkoppertjes die het aantal mogelijk pollen snel verminderen tot enkele tientalle pollen die in honing voorkomen.
Tetraden - vier korrels bij elkaar
- Ericaceae(heide)
- 22.5-30.0 μm: Calluna vulgaris (struikheide)
- 31.5-40.9 μm: Vaccinium vitis-idaea (rode bosbes)
- 53.2-60.7 μm: Rhododendron ponitis, geeft een honing met bijzondere eigenschappen
Vesiculaat - luchtblazen
- groter dan 90 μm:
- Piceae (fijnspar)
- Abies (zilverspar) Adering over de vesiculea loopt verder door dan bij de Piceae
- 65 μm:
- Pinus (den) Pinus sylvestris
Zeer klein - kleiner dan 15 μm
40 soorten op pollen-wiki, waaronder - Myosotis (vergeet-me-nietje) - ovaal met insnoering in het midden
Klein - 15-25 μm
536 soorten op pollen-wiki
Klein & vierkant of vijfhoekig
- Buddlejaceae - vlinderstruik
Klein & eivormige pollen
- Echium (slangenkruid)
Klein & rond & anulus (= walletje aan binnenzijde bij pore)
- Betulaceae
- Alnus (els)
- Betula (berk)
- Corylus (hazelaar) - te gebruiken als referentie voor de diameter (grens van klein en middelgroot)
stephanocolpaat met afwisselend smalle en bredere colpi
groot
532 soorten pollen op pollen-wiki - halve bolvorm - Narcissus - monoporaat - Zea mays (mais)
zeer groot
98 soorten pollen op pollen-wiki - waaronder abies (zie hiervoor)
middel
1456 pollen
Unieke soorten
- Trifolium repens (witte klaver)
- Trifolium pratense (rode klaver)
Balseminiceae - rechthoek met afgeronde hoeken en op ieder van de 4 hoeken een colpus
- familie heeft officieel 2 leden
- Impatiens (balsemien)
- Hydrocera: bevat alleen Hydrocera triflora (Azie)
Syncolpaat - aperturen kronkelen, patroon van een tennisbal
- Berberidaceae - syncolpaat
- Mahonie (mahonie of druifstruik)
- Berberis (zuurbes)
Stephanocolpaat - veel colpi rondom
- Boraginaceae
- alle coli ongeveer dezelfde dikte
- Borago officinalis (smeerwortel)
- Anchusa (ossentong)
- Pulmonaria (longkruid)
Aquifoliaceae - clavaat bubbels aan het oppervlak
Afwijkende korrels
Verschrompeld of abortief
Het kan voorkomen dat korrels niet goed ontwikkeld zijn en hierdoor een andere vorm hebben of verschrompeld zijn die bij hydratatie geen vocht opnemen. Dit komt veel voor bij cultivars zoals - Saxifraga (steenbreek) - Veronica (ereprijs) - Oxalis (klaverzuring). - Hypericum (hertshooi)
Ander apertuur aantal
Aantal aperturen kunnen verschillen zoals vaak te zien is bij Rosaceae zoals Rubus (braam) die dan niet tricolporaat maar tetracolporaat zijn. Of bij Viola (viooltje) met 4 of 5 colpi, soms ook 3. Ook bij Rumex (zuring), Hippophae (duindoorn) Carpinus (haagbeuk), Alnus (els) en Epilobium angustifolium (wilgenroosje) is dit beschreven.
Andere apertuur vorm
Vorm van de aperturen kan varieren zoals bij - Berberis
Afwijkende diameter
En afwijkende diameter zoals bij Plantago (wegebree) of dwergen zoals bij Fagopyrum (boekweit). Bij Crocus en Populus soorten zijn de aperturen altijd onregelmatig verlopend